Naamvan 't Willaer, Jan 
Geboren datumcirca 1560
Geboren plaatsScherpenzeel
Overlijden datumcirca 1610 Leeftijd: 50
PatroniemSandersz
Partners
KinderenAris (ca 1585-ca 1649)
Notitie behorende bij Jan van 't Willaer
Mogelijk is Jan Sandersz een zoon van Sander Jansz, genoemd als kerkmeester ca. 1570. Deze Sander Jansz is mogelijk een zoon van Jan Jans op Twiller, genoemd in de graantelling van 1566 (Hof van Gelderland 2563). Er is ook een Jacob van Twijller, als leenman in de leenboeken van Scherpenzeel genoemd in 1485, 1520, 1521, 1541.
In 1597 lijftochten Johan Sandersz en Marij elkaar met een vierde deel van Groot Willaar. Na hun dood krijgt hun oudste zoon Sander Jansz dit deel mits hij zijn broer Arris en zusters Geertruijt en Johanna 1200 gl. uitbetaald. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 60vo; 01-05-1597).
In 1599 lenen Johan Sandersen en Marij 1000 gl. tegen een rente van 62 gl. 10 st. van jhr. Willem van Scherpenzeel. Onderpand: de helft van Goot Willaar (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 66; 08-05-1599).
In 1599 worden Johan Sandersz en Marij beleend door opdracht van jhr. Willem van Scherpenzeel met een vierde deel van Groot Willaar. Na hun dood krijgt hun oudste zoon Sander Jansz dit deel mits hij zijn broer en zusters 1500 gl. uitbetaald. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 67vo; 01-08-1599). In 1612 wordt Sander Jansz er mee beleend na dode van zijn ouders.
Johan Sandersz, op Twiller als leenman in de leenboeken van Scherpenzeel genoemd in 1602, 1604.
In 1608 wordt Jan Sandersz, op Twiller beleend door opdracht van Peter Ruijsch x jvr. Anna van Ermelen met een vierde deel van Groot Twiller. Hij koopt het voor 1875 gl. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 99vo; 23-07-1608).
In 1610 verhuurt Johan Sarren, op Twiller, eigenaar van drie vierde deel, dit aan zijn jongste zoon Arris, negen jaar voor 150 gl. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 107; 08-06-1611). In 1612 wordt Sander Jansz er mee beleend na dode van zijn ouders.