Gezinskaart voorouders Anton Jansen - Persoonsblad
Gezinskaart voorouders Anton Jansen - Persoonsblad
Naamvan der Mijle, Arent
Geboren datumcirca 1500
Geboren plaatsDordrecht, Nederland
Overlijden datum1580 Leeftijd: 80
Overlijden plaatsDordrecht, Nederland
Beroepschildknaap en burgemeester van Dordrecht
PatroniemCornelisz
Moedervan Kraaienstein, Hillegont (ca 1460-ca 1500)
Partners
Geboren datumcirca 1495
Overlijden datum3 juni 1564 Leeftijd: 69
Overlijden plaatsDordrecht, Nederland
Vadervan Alblas, Jan (<1470-1540)
Moederde Joode, Maria (ca 1465-1541)
Huwelijk datumcirca 1520
KinderenMaria (ca 1520-<1577)
Notitie behorende bij Arent van der Mijle
Schildknaap, heer van der Mijle, Dubbeldam, St. Anthonispolder (na de dood van zijn vrouw, OV 1979:47, 22-6-1564, na zijn dood over op zoon Cornelis op 18-8-1580), herhaaldelijk burgemeester van Dordrecht tussen 1541 en 1572 (Batavia Illustrata, Navorscher 1865, OV 1987:657, Balen p. 251), vader van Klooster Mariënborn in 1550 (Balen p. 145), hinderde de beeldenstorm in 1566. Veroordeelde in 1570 (met schout en negen rechters) tien anabaptisten tot de brandstapel, QED. Kwartieren op basis NL 2001:571, verdere genoemde bronnen en eigen onderzoek.
Behoorde in januari 1567 tot de edelen en leenmannen die (in zijn geval schriftelijk) trouw zwoeren aan de landvoogdes (Margaretha van Parma), en daarmee afstand namen van het Verbond van Edelen (d’Yvoy van Mijdrecht 1825: 245).
Volgens Van der Aa (Biografisch Woordenboek dl 12/2 p 1207ff.) reisde hij na zijn schoolopleiding door Frankrijk, Duitsland en Italië, en voltooide hij onderweg zijn studie rechten. Hij was raad (1554) en schepen (1557), en werd een record van 21 keer tot burgemeester van Dordrecht gekozen.
Meldt van der Aa: “Ook in den aanvang van den opstand tegen Spanje stond hij aan het hoofd der regering. Schoon ijverig catholiek en opregt koningsgezind, verzette hij zich, zooveel hij vermogt, tegen de gestrenge uitvoering der plakaten, doch tevens trachtte hij het prediken buiten de stad te voorkomen en haar tegen de beeldstormerij te behoeden, 't geen Philips erkende, door hem tot den adelstand te verheffen. Toen de graaf van Bossu, nadat Treslong en Roobol zijne schepen en schuiten verbrand hadden, voor Dordrecht was gekomen, van plan om aldaar zijne afgematte, natte en beslijkte soldaten te verfrisschen, en het volk, in den waan, dat hij met geweld den tienden penning kwam halen, in rep en roer geraakte, en de poort sloot, onder het geschreeuw dat het de Spanjaarden niet in wilde hebben, begaf zich van der Myle naar buiten, en raadde den stadhouder af haar binnen te trekken, met belofte hem van het noodige te zullen voorzien. Bossu, in zijn voornemen gedwarsboomd, barstte in gramschap los, en beet, op den baard van den grijzen burgemeester wijzende, de zijnen toe: ‘Deze oude is mede ontrouw aan den koning,’ waarop van der Myle antwoordde: ‘dat hij de stad, nu ook wel, gelijk hij zoo dikwijls en lang gedaan had, in de gehoorzaamheid aan den koning zou bewaren,’ en, na belast te hebben, hen van nooddruft en schepen te voorzien om naar Rotterdam te varen, van daar ging. In weerwil het de stad den graaf aan niets liet ontbreken, overvloed van wijn, bier en brood en de noodige vaartuigen verschafte, verlieten zij haar onder het uitbraken van verwenschingen en bedreigingen, verbrandden moedwillig het klooster Eemstein, en kwamen, deels over land, deels over water, te Rotterdam, waar zij listig binnen geraakt,’ hunnen toornigen moed met het bloed der ingezetenen verradelijk koelden, hetwelk de burgers van Dort niet en deed berouwen, dat zij de Spanjaarden uitgehouden hadden.”

Van der Mijle vluchte naar Delft toen de Watergeuzen kort daarna Dordrecht innamen; kennelijk overleed hij daar.
Geadeld bij adelsbrief van Philips II, 15 december 1570; de laatste Nederlander ooit die legitiem geadeld werd (vgl ANF 1883:60) als men latere usurpaties negeert. De adelbrief noemt als gronden enerzijds de afstamming van Arent uit adelijke voorouders, zowel aan moeders- als vaderszijde, waarbij aangetekend is dat deze (impliciet: de vaderskant) deels onbekend zijn door het gebruik van patroniemen en niet meer te reconstrueren door het verlies van archiefmateriaal. Anderzijds word als belangrijkste argument genoemd: dank voor de steun en het uitzonderlijke werk van Arent ten tijde van de recente trubbelen in de Nederlanden. Vgl. boven onder ketterverbrandingen. Adeldom werd verleend aan Arent en "zijn kinderen ende naecomelingen, mans ende vrouwen persoonen gebooren ende die gheboren sullen worden in wettelicke huwelicke." Merkwaardig genoeg heeft ook iedere wettige nazaat (ongeacht geslacht) van Arent volgens deze brief het recht de naam en het wapen Van der Myle te voeren.
(Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie:) Afgebeeld op “De brand van de Nieuwe of St Nicolaaskerk te Dordrecht” (22-1-1568) door Jan Doudijn; in het midden de schout Adriaen II van Blyenburg en burgemeester Arent van der Mijle, gevolgd door drie stadshellebaardiers. Museum Mr Simon van Gijn, Dordrecht. LINK
http://www.rkd.nl/rkddb/dispatcher.aspx?action=search&database=ChoiceImages&search=priref=44290
Hield grond in o.a. Mijnsherenland (OV 1985:150-5, 362) en in het Nieuweland van Mijnsheerenland (in 1553; vgl. OV 2008: 361, 8 morgen; 365, 4 morgen 4 hond 37 roeden en 4.2.26; 367, 7 morgen en 72 roeden), verder (OV 1979: 48) twee kwart van het leen van Gerard van Muijlwijk, na de dood van zijn schoonvader (21-11-1541), en de rest (12-7-1558) na de dood van zijn tante Margriet (OV 1979:49). Sinds 19-3-1560 ook beleend met de helft van de ambachtsheerlijkheid van Kijfhoek (OV 1978:19), in 1580 over op zijn zoon Jan.
Verder bezat hij het recht van visserij en vogelarij in het land van Pieter Dammasz. in het ambacht Oistbarendrecht, binnen- en buitendijks, sinds 25-6-1556: Aernt heer Cornelisz., ambachtsheer van der Mijle en Dubbeldam, burgemeester van Dordrecht, hulde door Joost van der Bije Jacobsz., procureur voor het Hof van Hollandt, volgens machtiging op 15-6-1556 verleden voor het gerecht van Dordrecht, bij dode van zijn vader Cornelis Cornelis Dammaszoonsz., nadat de belening meerdere malen was geweigerd door wijlen Jan Splinter, rentmeester en stadhouder van de lenen van Wassenaer.die deze visserij met consent van de vorige leenman samen met die van de heer van Wassenaer en die van Adriaen Monnenz. verpachtte.(OV 1978:58).

Beleend met het Schoutambacht Hodenpijl en drie percelen land op 11-12-1557 bij verkoop, op 13-8-1558 overgedragen aan zijn dochter en Albert van Loo (OV 1973:87, 89).
Cohier tiende penning 1558 (SvH 929), fol 43: Arent Cornelisz. borgemeester, huys met een sydelcamer daeran, eygenaer, getaxeert op LX Rinsgulden, beloopt den Xen penning VI Rinsgulden (Wijnstraat Nieuwbrug - De Boom) Ende den wijnkelder onder de sijdelcamer gelt te huyer XLII Rinsgulden, beloopt den Xen penning IIII Rinsgulden IIII stuvers. Folio 64v: Twee huyskens toebehorende Arent Cornelisz., borgemeester, worden bewoent om goidtswillen (Nieuwkerksplein); folio 67v Twee huyskens van Arent Cornelissoen, borgemeester, t een gelt te huyer L stuvers ende t ander wordt bewoent om niet (Heer Heymansuysstraat 1ste brug - Vest).
Overleden voor 31-7-1580, als de leen in Alblas overgaat op zijn zoon Cornelis (OV 1980:264).
In een keur van 1552 (Fruin 1:160) aangeduid als 'burgemr vander Myle, heer Cornelisz.'
In het Stadsarchief Dordrecht (inv.nr.3 no 460) komt voor (uit 1594) een rekening en verantwoording van de gemaakte kosten door procureur J. de Coninck inzake het geschil tussen de diakenen en erfgenamen van A. van der Mijle
In het archief van de Dordtse gilden en confrérieën (inv.nr. 16 no 240, 1567): akte van verhuur door het gilde aan de ambachtsheer van De Mijl van twee hellingen gelegen achter het Bakkerswaakhuis. (Idem no 262, 1549) Akte waarbij door Aernt Cornelisz., ambachtsheer van De Mijl, en het gilde het maken en exploiteren van twee hellingen wordt geregeld.
Archief Beheerders van de Sint-Odulphuskapel, alsmede van het Burgemeesterspoortje (inv.nr. 142, no 2, 1544) Schepenakte van verkoop en transport door Gheert Henrick Mickaerts van Asten aan Wouter Baerthoutsz. van Gouthoeven en Arendt Cornelisz. van der Mijl van een losrente ten laste van de Staten van Brabant; (Idem no 3, 1544) Memorie betreffende de aankoop van een losrente ten laste van de Staten van Brabant door Wouter Baerthoutsz. van Gouthoeven en Arendt Cornelisz. van der Mijl, erfgenamen van Pieter Damasz., van Gerrit Heinderick Muchaerts
Archief van Zalmvisserij 'De volharding', alsmede de visserij van Dordtsmonde (inv. nr. 117 no 59, 1542) Kaart van de Oude Maas van Dordrecht tot Puttershoek vervaardigd in verband met een geschil tussen Cornelis van de Mijle en de procureur-generaal van het Hof van Holland enerzijds en de dijkgraaf en heemraden van Bonaventura anderzijds.
Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 534/35 3-7-1561) op de differenten geresen bij dit hof tussen aernt heeren cornelisz. ambachtsheer van de mijlen dubbeldam als testamenteur van de sterfhuize jans van drenckwaert, requirant en gegijselde contra vrouwe cunera van meerdervoirt weduwe van heer aernt van liere in leven ridder, voor haar zelve en uit de name van heure kinderen mitsgaders jonker willem van gugouen als getrouwd hebbende de weduwe van jonker machiel van horion mede uit de name van haar kinderen, impt. van gijseling en gerequireerde
Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 1055/350 4-3-1562 sc.) in de zaak hangende voor dit hof tussen adriaen pietersz. ende cornelis willemsz. als mede eissers van de crabbe buijten dordrecht, impt. in reformatie ter eenre ende aernt hebyen cornelisz. ambachtsheer van der mijle ende dubbeldam burgemeesters tot dordrecht, gede. ter anderen zijde..

Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 543/111 26-7-1567) gezien bij dit hof de grieven dit hof over gegeven van wegen arendt heeren cornelisz. ambachtsheer van de myle, burgemeester van dordrecht appellant van zeker appoinctement interlocutoir van de zelve heere in dd. 16-7-1567 gepronunchieerd tot zijn achterdeel en ten voordele van vrouwe cunera van meerdervoort ende jonkheer willem van guydenhoven als getrouwd hebbende joufvrouwe geertruyt van meerdervoort impt. van gijseling en nu geappelleerde.
Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 544/81 10-11-1574) gezien bij dit hof de grieven dit hof over gegeven van wegen de procureur generaal van dit hof als geaddmitteert zijnde omme te defenderen die zake van jacob van beveren als sequester van de goeden van boudewijn van drenckwaert als gede. bij mandament penael gemoneert bij aernt heeren corneliszoen van der myle, impt., appellant van zekere 2 appointementen interlocutoer bij den voorscr. hove op de 27-9-1574 tot zijn achterdeel geproduceerd en ten voordele van de voorscr. aernt heere cornelis zoen geappelleerde.
Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 577/74 13-4-1590) in de zaak hangende voor dit hof tussen meester cornelis couwenburch won. in duij(v)elant voor hem zelve ende vervangende de anderen mede erfgen. van wijle johanna meester jan pieterssoons weduwe, impt. in raeu actie ter eenre ende jonkheer johan van der mijle heere aerntsz. heere van kijfhouck als vader en voogd van zijne kinderen verwekt bij joufvrouwe agatha van der burch ende t exploit geaccepteerd hebbende voor joufvrouw maria van der burch gede. ter anderen zijde.
Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 579/99 23-4-1591 gezien bij dit hof de grieven dit hof over gegeven van wegen de erfgen. van wijle arent heeren cornelisz. in zijn leven ambachtsheer van der mijle ende dubbeldam, voor haar zelven ende als interminerende voor hare pachters, bruikers ende onderwinners van hare goederen in dubbeldam etc., de myle, appellanten van concessie ende executie van zekere mandament penael ende bevelen stathoudende bij de procureur generaal van voorscr. hove verkregen op 3-4-1591 en aan de appellant te werke gelegd ende geexploiteerd op 20-4-1591 ende aan hare pachters, bruikers ende onderwinders op de 10de (!) en anderen dagen in april 1591.
Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 581/12 4-2-1592) op de differenten geresen voor dit hof tussen jonkheer johan van de myle voor hem zelve ende uit de name van zijnen mede erfgen. van wijle aernt heer cornelisz. van der mijle zijn vader, requirant ter eenre ende de procureur generaal van dit hof uit de name van de graaflijkheid van holland, gerequireeerde ter anderen zijde.
Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 586/38 16-2-1594) gezien bij dit hof de grieven dit hof over gegeven van wegen de heiligegeestmeesters ende weesmeesters van dordrecht mitsgaders adriaen corsz. tresorier aldaar appellanten van zekere appoinctement van dit hof dd. 3-12-1593 op ende jegens de erfgen. van wijle aernt cornelisz. van mijle geappelleerde.

Hof v Holland (inv op nrs 1052-1062, C.C.J. Lans op Hogenda 592/151 3-7-1596) gezien bij dit hof t proces voor dit hof uitstaande tussen de procureurgeneraal van dit hof uitter naam ende van wegen de hoge overigheid ende graaflijkheid van holland, impt. in raeu actie ter eenre ende jonkheer cornelis van den mijle, jonkheer joan van der mijle mitsgaders reynier cant burgemeester van amsterdam als gecoren voogd van vrouwe magdalena van der nijenburgh weduwe van heer adriaen van der mijle in leven president van dit hof ende van de nagelaten weeskinderen van de zelve heere president zaliger ende d’ voorscr. jonkheer joan van mijlen ende pouwels van loo te samen curateurs van jonkheer aelbrecht van loo ende de voornoemde pouwels van loo ende jonkheer cornelis van der mijlen als voogden van arent ende dammas van loo, mr. dirck van leeuwen als in lijftocht besittende de goederen van wijle joffrouwe hillegont van loo, jonkheer jacob van der eynde als man ende voogd van jofvrouwe catarina van loo ende als t exploit geaccepteerd hebbende voor cornelis van loo ende jofvrouwe maria van loo, willem bardesins als man en voogd van joffr. cornelia van loo, jonkheer jan ruysch mede nomine uxoris. alle erfgen. van wijle heere aernt van den mijle, heeren cornelisz. in zijn leven ambachtsheer van der mijle ende dubbeldam gede. ter anderen zijde.
Notitie behorende bij Cornelia (Partner 1)
Zij had volgens Balen (p. 920) 15 kinderen, waarvan de meesten jongestorven zijn.

Vgl OV 1977, Navorscher 1855, 1865, Batavia Illustrata 1018). Vrouwe van der Mijle sinds 1541 (v. Nierop 287). Haar overlijdensdatum wordt soms foutief als 3 juli gegeven, maar volgens OV 1980: 264 neemt haar weduwnaar haar land in Alblas na haar dood over, en wel op 2 juli 1564...
Laatst bijgewerkt 1 juli 2016Gemaakt 23 december 2021 met 'Reunion for Macintosh'