Naamvan Roon, Jannetje 
Geboren datumcirca 1660
Overlijden datum26 mei 1701 Leeftijd: 41
Overlijden datumna 1700 Leeftijd: 40
PatroniemJacobs
Beroepdienstmaagd
Partners
Geboren datum1622
Overlijden datumvoor 1701 Leeftijd: 79
Huwelijk datum27 januari 1684
Huwelijk plaats2223 JR Katwijk aan den Rijn, Nederland
Huwelijk memoChurch
Notitie behorende bij Pancras (Partner 1)
Pancras Matteusz. van SANDBERGEN, Bouwman,, gedoopt 1622, overleden <26-5-1701. Pancras Matteusz. van Sandbergen is van Voorhout naar Katwijk aan de Rijn verhuisd. Waarom? Als minderjarige jongenman is hij waarschijnlijk zijn vader gevolgd. Maar toen die, nog vr of in 1650 naar zijn geboorteplaats terugkeerde, is Pancras in Katwijk gebleven. Het is bekend dat hij daar in 1651 en 1656 woonde. Mogelijk als boerenknecht. Maar dat is hij niet gebleven.
Bron: A.H.R., inr. nr. 5230/32
Landbouwer
In de morgenboeken van Hoogheemraadschap Rijnland wordt Pancras Matteusz. vr het jaar 1660 onder Katwijk aan de Rijn niet genoemd. Vanaf dat jaar voor als eigenaar of gebruiker van diverse percelen land. Tot en met 1672 als "Banckeris Mattheusz."; daarna als Pancras Matteusez. Sandbergen. De laatste aantekeningen dateren uit het morgenboek van 1696.
In 1660 gebruikte hij van Pieter van de Werve 3 hond en 50 roede land in de "Lack" en van de kerk te Katwijk aan Zee 2 hond en 50 roede, eveneens aldaar.
In 1664 was hij tevens eigenaar van (a) 2 morgen en 2 hond land "aan de westerzijde van de Cleine Wateringe." Hij had dit overgenomen van de Commis Martini. Tevens was hij, samen met Claes Cornelisz. van Berendrecht, eigenaar van (b) 1 morgen en 3 hond land, gelegen achter de Mient. Ook dit was voorheen eigendom van de Commis Martini. In 1672 bezat hij daarnaast 1 morgen en 1 hond land, gelegen aan de overzijde van de Cleine Wateringe, gekomen van Jan Huijbertsz. Swanenburgh.
In 1676 was er (c) 1 morgen en 1 hond land bijgekomen aan de Ruijgelaan, afkomstig van Cornelis Dircxsz. van Leeuwen. Claes Cornelisz. van Berendrecht was toen geen medebezitter meer van het land achter de Mient.
In 1684 gebruikte hij van het Convent (de abdij) van Rijnsburg 3 hond land aan de Ruigelaan. Dit perceel had hij in 1692 niet meer in huur. In dat jaar was hij huurder van 2 stukken land van resp. 5 hond en 1 morgen, beide gelegen "benevens de Mient, van ene Persijn.
Op de lijst van 1696 staat hij alleen genoteerd als eigenaar van de percelen a,b, en c.
Bron: S.A.L., inr. nr.4230, f 70v. en 4239, f 59
Op de kohieren van de 200e penning over de dorpen in Rijnland wordt Pancras Matheusz. ook genoemd. In 1665 moest hij 5 stuivers bijdragen en in 1676 10 stuivers. Daaruit is zijn toegenomen welstand af te leiden.
Bron: N.A. Rijnsburg 7085, nr. 54 en 55.
Op 22-01-1651 verklaarden Leentgen Jeroens en Neeltgen Meussen, weduwe van Gerrit Matheusz, beide van Katwijk aan de Rijn, voor Notaris Willem Benninck, te Rijnsburg, dat hun plaatsgenoot Pacras Teusz. het huis van Neeltgen Meussen had gekocht. Dit huis was echter genaast door Claes Lenaertsz. De gerechtsbode van Katwijk getuigde, op verzoek van Pancars, dat de naaster de 40e penning (overdrachts belasting) niet had betaald, waardoor diens overname van de koop niet rechtvaardig was.
Waarschijnlijk wordt met Claes Lenaertsz. de echtgenoot van Huijbertje Mattheusdr. bedoeld. De zwagers hebben elkaar hier in de wielen gereden!
Bron: R.A. Katwijk, inv. nr. 31.
Op 26-04-1688 was Pancras weer eisende partij in een naastigzaak. Bastiaen Thomasz., te Katwijk aan de Rijn, had kennelijk een (onbekend) roerend goed gekocht, waarop Pancras als naaster aanspraak maakte. De gedaagde verklaarde de koop te willen inbrengen "mits dat de Naester hem int geheel sal hebbe te Reguleren na de comstume van Rhijnlant. Aldus werd gevonnist.