Pieter woonde al een aantal maanden in een huis in Oucoop toen hij op 29 oktober 1741
178 het huis met berging en schuur en 14,5 morgen (ruim 12 hectare) wei- hooi- en teelland per 1 mei voor een periode van 5 jaar huurde voor 145 gulden per jaar. In 1746
179 en in 1751
180 werd het huurcontract verlengd tegen dezelfde condities.
De laatste termijn wordt niet vol gemaakt want blijkens een huurcontract van 22-10-1753 gaat de huur met een aantal aanpassingen over op Cornelis Matsen: de woning per 1-5-1754 en de landerijen per 22-2-1754. Opvallend is dat Pieter Gravesteijn voor dit huurcontract borg staat.
Eigenaar is de leidse magistraat Dirk de Raad.
Waar Pieter gaat wonen en hoe zijn relatie met Cornelis Matsen is, is niet bekend.
Wel bekend is dat Pieter op 5-8-1760 twee aanpalende percelen wei- en hooiland in totaal ter grootte van 3 morgen en 125 roeden (ca 2,75 ha) voor drie jaar huurt op het blok ’s Gravenbroek onder Reeuwijk voor 42 gulden per jaar ingaande 1-5-1760.
181De eigenaar is hier Cornelis Peekstok uit Schiedam.