NaamDeen, Anna Geertruida

Geboren datum30 september 1797
Geboren plaatsHillegom, Nederland
Doop datum1 oktober 1797177,178 Leeftijd: <1
Doop plaatsHillegom, Nederland
MemoDTB RAZH; Hermanus van Rheede, Marritje Grootveld, zie ook afschrift doopregister
Overlijden datum6 augustus 1838179 Leeftijd: 40
Overlijden plaatsZandvoort, Nederland
Memo09.00
Beroeponbekend
Partners
Geboren datum17 juli 1792180
Geboren plaatsElst
Overlijden datum27 januari 1866181 Leeftijd: 73
Overlijden plaats2061 Bloemendaal, Nederland
Memozie notitie
Beroepdaggelder (1821), aardwerker(1865),tuinman(1820,1836),tuindersknegt(1820), tuinder, landbouwer(1840,1850)
Huwelijk datum23 april 1820182 
Huwelijk plaatsHillegom, Nederland
Huwelijk memoGezin woonde vanaf hun trouwen in 1820 tot ca 1826 in Hillegom en verhuisde van daar naar Zandvoort.
Notitie behorende bij Anna Geertruida Deen
extract Burgerlijken Stand
Burgerlijken Stand
Provincie Zuid Holland
Gemeente Hillegom
Extract
Uit een der doopregisters van de Hervormde Gemeente te Hillegom, berustende ter Secretarie aldaar is geextraheerd dat op den eersten October van het jaar zeventien honderd zeven & negentig is gedoopt
Anna Geertruida, dochter van
Nicolaas Jurriaan Deen
en
Elisabeth van Rheeden
Wij Schout, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der Gemeente Hillegom verklaart dat vorenstaande Extract is conform het vorenstaande Register.
Hillegom den sesden April achttien honderd en twintig
(handtekening)
----------------------------
overlijdensakte RANH
Den Zevenden dag der maand Augustus van 't jaar Achttienhonderd Acht en Dertig ten vier uren na den middag.
Acte van overlijden van Anna Geertruida Deen overleden den zesden Augustus ten negen ure, des morgens, oud veertig jaren, wonende en overleden te Zandvoort, van beroep niets, geboren te Hillegom, Echtgenoote van Gerrit Jansen, van beroep landbouwer, wonende in deze Gemeente, dochter van Nicolaas Deen en Elisabeth beide overleden.
Op de verklaring van Pieter Drommel, bekende van de overledene, oud Negen en dertig jaren, wonende te Zandvoort, van beroep arbeider en van Jan van der Mije junior, wonende in deze gemeente, van beroep tolgaarder, oud Negen en twintig jaren, bekende van de overledene.
Na mijne voorlezing geteekend door Pieter Drommel en Jan van der Mije junior voornoemd.
Bevestigd, ingevolge de Wet door mij ondergeteekende Burgemeester.
Ambtenaar van de Burgerlijken Stand der Gemeente Zandvoort
(handtekeningen)
Documenten notities behorende bij Anna Geertruida Deen
* doopinschrijving dtb hillegom blz 92 dd 01-10-1797, docnr 01-003
* extract doopregister hillegom dd 00-04-1820, docnr 01-002
* overlijdensacte BS Zandvoort dd 07-08-1838, docnr 07-006
Notitie behorende bij Gerrit (Partner 1)
Gerrit wordt geboren als het tweede kind in een gezin van vier kinderen.
Als hij zes jaar is overlijdt zijn moeder. Behalve zijn vader zijn er dan nog een ouder broer van 8 jaar en twee jongere zusjes van resp 4 en 2 jaar. Hoe dat is opgelost, kan niet meer worden achterhaald. Twee maanden later op 21 februari 1799 vindt er tot overmaat van ramp ook nog een dijkdoorbraak plaats bij Doornik tussen Bemmel en Lent. Het moeten zware tijden zijn geweest.
We horen dan niets meer van Gerrit totdat hij in 1820 helemaal in Hillegom, ca 100 km van Elst, weer in de bevolkingsadministratie opduikt.
Wanneer, hoe en vooral waarom hij die reis ondernomen heeft ondernomen en waarom hij juist in Hillegom terecht komt zullen we nooit weten, we kunnen er alleen naar gissen. Gerrit staat te boek als tuindersknecht en het is niet uit te sluiten dat zijn inkomsten door deze overstromingen herhaaldelijk wegvielen. Hoe dan ook, in de literatuur komt het beeld naar voren dat het leven in dit gebied voor velen verre van eenvoudig was.
Wanneer dan in januari 1809 de dijken opnieuw doorbreken komen grote delen van de Betuwe onder water te staan (voor meer informatie zie de tekst aan het eind van deze notitie). Gerrit is dan bijna 17 jaar en het is zeer wel mogelijk dat dit op enig moment voor hem de aanleiding is geweest om zijn heil elders te zoeken. Harde informatie daarover ontbreekt echter.
Hij duikt administratief weer in Hillegom op als hij daar wil trouwen. Hij moet hij dan o.a. een overlijdensacte van zijn vader kunnen overleggen. Dat nu blijkt een probleem te zijn, want in het overlijdensregister van Elst komt Arien Jansen niet voor. Arien is bij zijn overlijden nl. ingeschreven als Arien Hendriks en die naam staat niet in het extract van de doopacte van Gerrit.
Dus moet Gerrit een lange reis maken naar de vrederechter in het Ambtshuis van het canton Elst om een zgn. acte van bekendheid
183 te laten opmaken.
In den jare achttien honderd twintig den zesden April is voor ons Johannes Glover, Plaatsvervanger van den Heere Vrederegter van het Canton Elst, in het Ambtshuis te Elst gecompareerd Gerrit Jansen, tuinman wonende te Hillegom, Provincie Zuid-Holland, te kennen gevende dat hij voornemens was zich in het huwelijk te begeven, dat hij daartoe nodig had de dood attesten zijner ouders en wijl de naam van zijn vader verkeerdelijk op het Register van overlijden is gebragt en die zijner moeder mede niet genoegzaam op het doodregister schijnt te zijn uitgeda(an?), zo verzoekt de Comparant deswegens een acte van bekendheid en heeft tot dat einde met zich mede gebragt de nagenoemde vier getuigen.
Voorts zijn gecompareerd 1e Dirk Uffelie wever, 2e Jan Ter Laak timmerman, 3e .... van Engen smid en 4e Hendrik Verheijen mede smid, alle van competenten ouderdom en wonende te Elst, welke ons hebben verklaard den comparant Gerrit Jansen zeer wel te kennen en te weten dat hij een zoon is van Arien Jansen en van Aaltje Jansen in leven Ehelieden gewoond hebbende te Elst. Dat voorts zijne moeder Aaltje Jansen in of omstreeks den jare zeventien honderd acht en negentig, en zijn vader Arien Jansen in den jare achttien honderd zeventien te Elst is overleden, en dat het hun eindelijk ook zeer wel bekend is, dat voornoemde Arien Jansen ook onder den naam van Arien Hendriks bekend stond en waarschijnlijk om die reden als zoodanig op het register van overlijden is aangeteekend.
Waarvan wij het tegenwoordig Proces Verbaal hebben opgemaakt hetwelke op den verklaring van den Comparant Gerrit Jansen van deszelfs naam volstrekt niet te kunnen teekenen, na gedane voorlezing door gemelde vier getuigen met ons en onzen Commies-Griffier is betekend. En was op de minute geteekend D. Uffelie, S. Ter Laak, S. van Engen, H. Verheijen, J. Glover, J.W. Geerligs. Onder Stond Geregistreerd zonder renvoijen te Elst den zesden April achttien honderd twintig folio honderd vijf .... .... drie deel twee. Ontvangen met de verhogingen negen en vijftig cents. Geteekend: van Olden
Gerrit trouwt twee keer en overlijdt uiteindelijk in Bloemendaal:
Wiewaswie, akte nr 3r
Overledene
Gerrit Jansen , 73
Vader Arie Jansen
Moeder Aaltje Jansen
Echtgenoot/echtgenote Emma van Ralen
Plaats Bloemendaal
Datum overlijden 27-01-1866 (Overveen)
Opmerkingen weduwnaar van Anna Geertruida Deen
Overstromingen in de Betuwe 1808/1809Begin december 1808 begint het water te stijgen en lopen al snel de uiterwaarden onder. Halverweg de maand december gaat het zo streng vriezen dat de grote rivieren dichtvriezen en op veel plaatsen overgestoken kunnen worden. De spaning onder bevolking en bestuurders neemt toe want men weet uit ervaring dat als de dooi invalt er nu een grote kans op overstromingen zal zijn. Op 28 december geeft de ambtman en dijkgraaf van de Over Betuwe opdracht aan alle schouten om vaartuigen gereed te houden en binnendijks te brengen opdat ze bij een evt overstroming direct beschikbaar zouden zijn. Begin januari 1809 valt plotseling de dooi in; niet allen bij ons maar ook in zuid duitsland en zwitserland. Het gevolg: het rivierijs in ons land breekt en komt in beweging en heel veel bovenloops drijfijs en extra smeltwater komt stroomafwaarts.
De kern van het probleem zit steeds weer voor een belangrijk deel in het drijfijs. In de ondiepe rivier zet dat zich vast aan de bodem, nieuwe schotsen schuiven er over heen, het ijs stapelt zich op en vormt uiteindelijk een ijdam die de afvoer van drijfijs en van smeltwater belemmert. Het waterpeil boven de ijsdam stijgt vervolgens snel, het water loopt over de dijk, de dijk verzwakt, zakt in en breekt uiteindelijk door.
Dat nu gebeurde in de Over Betuwe. In de Nederrijn ontstond een enorme ijsdam waardoor veel meer drijfijs en water zijn uitweg via de Waal zocht dan de rivier aankon. Een ramp was niet meer te vermijden
Op 15 januari ’s morgens rond 9 uur breekt de Oosterhoutse Waaldijk ten zuiden van Elst als gevolg van ijsgang in de rivier bij huis Waaijenstein door. Het ijs zet zich vast bij Dodewaard, waarna het water bovenstrooms in korte tijd enorm oploopt. Vele brieven zijn bewaard gebleven van de dijkgraaf George van Randwijck, gericht aan de secretaris mr. J. Vermazen, die op het moment van de doorbraak te Nijmegen verblijft. Van Randwijck schrijft op de morgen van die dag te half acht:
‘Gisteravond om elf uur kwam men mij zeggen dat het water sterk wegviel doch dit heeft maar een half uur geduurd en toen weer aan ’t wassen geraakt. Deze morgen om 6 uur kreeg ik rapport dat er een verzinking aan de binnenkant van de dijk even onder de afweg naar Wayenstein was. Ben er dadelijk naar toe geweest en zo men mest genoeg kan bekomen hoop ik dat men het zal kunnen houden’. Om kwart over twaalf van diezelfde dag meldt hij vanuit Lent:
‘Het ongeluk is daar, het water loopt sterk in. Nu zal de verzorging moeten plaats vinden. Verzoeke derhalve de goedheid te hebben om ons 5 à 600 broden over te zenden nevens drie à vierhonderd pond kaas, 3 à 4 kannetjes olie en enige ponden kaarsen en zwavelstokken’. De bewoners van Lent en Oosterhout vluchten uit hun huizen en zoeken hun heil op de hogere, doge plekken:
‘Bij Jan de Smit aan de dijk (in Lent) zit het zo vol dat men zich daar niet roeren kan, evenals in de Zwaan en bij de Schoenmaker’.De doorbraak veroorzaakt bij Oosterhout een gat in de dijk van circa 140 meter met daarachter een enorme kolk, waarin huis Waaijenstein in zijn geheel verdwijnt. Ook het wiel uit 1651 wordt in de Waaijensteinkolk opgenomen. Daarachter komt een dik pakket overslaggronden tot stand. Van Huis Oosterhout is vrijwel niets over.
Vervolgens breken op tal van plaatsen de dijken door en enorme hoeveelheden water en ijs overspoelen de Betuwe. Vrijwel het gehele gebied komt onder water te staan.
Dan gaat het opnieuw vriezen en het overstroomde land wordt een ijsvlakte waardoor de geisoleerde dorpen en boerderijen nog moeilijker te bereiken zijn. Eind januari gaat het in de bovenloop van de Rijn dooien. De waterstand loopt opnieuw op en tot overmaat van ramp steekt er in de nacht van 30 op 31 januari 1809 een zware storm op. Water en ijs stortten zich voor de tweede keer door de stroomgaten over het nog ondergelopen land. Het waterpeil in het overstroomde gebied loopt nog enkele decimeters hoger op dan na de eerste overstroming.
Alleen al in de Over Betuwe verdronken er van de ca 12000 inwoners 275, honderden stuks vee verdronken, tientallen huizen waren totaal verdwenen of onherstelbaar beschadigd, boomgaarden en andere houtgewassen zwaar beschadigd. De schade in en om Elst (1600 inwoners, 320 gezinnen) was het grootst, 86 % van de gezinnen had schade geleden, 59 huizen waren totaal vernield en 82 waren beschadigd. Uiteindelijk werd nog geen 15% van de schade die particulieren hadden geleden door overheidsbijdragen en collecteopbrengsten vergoed
Notitie notities behorende bij Gerrit & Anna Geertruida (gezin)
Op 23 april 1820 zijn dan uiteindelijk alle papieren in orde om het huwelijk van Gerrit Jansen en Anna Geertruida Deen te kunnen voltrekken.
Anna is de jongste dochter van Nicolaas Jurriaan Deen en Elisabeth van Rheede die nog vijf andere kinderen hadden.
Opvallend aan de huwelijksacteacte is de tekst “Hendrik Jansen heeft verklaard niet te kunnen schrijven”, een foutje van de schout.
Bij dit huwelijk vallen de namen van de getuigen op. Het zijn twee tuinders, nl. Jan Hendrik Telkamp en Rutger Velthuijsen van Zanten, bekende namen in het bollenvak van de 20e eeuw. Zou Gerrit als tuindersknegt bij een van hen of mischien wel bij beiden gewerkt hebben? We kunnen het niet meer nagaan.
Interessant is nu dat Rutger Veldhuijsen van Zanten de grondlegger is van het in de 20e eeuw zo succesvolle gelijknamige bollenbedrijf. In 1822 begon Rutger Veldhuyzen van Zanten in Hillegom de kwekerij Veelzorg. Vijf generaties teelden er aanvankelijk aardappelen en groenten, vanaf 1850 vooral tulpen, hyacinten en narcissen. Bij de kwekerij aan de Stationsweg 129-131 kwamen bollenschuren, een kantoor en de kwekerswoning Vredehof (die er nog staat) en Veelzorg groeide uit tot een bloembollenexportbedrijf. In 1990 sloot het bedrijf zijn deuren. In het begin van de 21e eeuw zullen rechtstreekse nazaten van bovengenoemde Gerrit Jansen en Rutger Veldhuijzen van Zanten elkaar regelmatig opnieuw in Hillegom ontmoeten. Beiden zijn dan nl. lid van Probus.
Het jonge gezin Jansen blijft een aantal jaren in Hillegom wonen waar drie kinderen worden geboren. Daarna verhuist men rond 1826, de juiste datum kan niet worden achterhaald, naar Zandvoort, waar nog eens zes kinderen worden geboren.
Naar de reden van de verhuizing kunnen we slechts gissen. De inwoners van Zandvoort leefden van de visvangst, van de verkoop van schelpen aan de kalkindustrie en van wat aardappelteelt. In 1824 werd besloten een weg aan te leggen van Heemstede naar Zandvoort; tot dat jaar was Zandvoort alleen lopend door het duin te bereiken (over de zgn. visserspaden). Deze aanzienlijke verbetering van de infrastructuur was een stimulans voor de economie en luidde het begin in van Zandvoort als badplaats; reeds in 1826 werd het Groot Badhuis gesticht. Waarschijnlijk heeft deze ontwikkeling arbeidskrachten aangetrokken die daar een goede toekomst weggelegd zagen zoals Gerrit Jansen en zijn jonge gezin. Het geeft ook aan dat het werk als tuindersknecht geen vetpot was.
Wanneer op 6 augustus 1838 Anna overlijdt blijft Gerrit met negen kinderen in de leeftijd van 2 tot 16 jaar achter.
Twee jaar later trouwt hij opnieuw: de uit Elst (Gld) afkomstige Anna Maria van Ralen is zijn nieuwe echtgenote. Uit dat huwelijk worden nog eens vijf kinderen geboren. Twee zaken vallen hier op, het zeer grote leeftijdsverschil en het feit dat Anna uit Elst komt. Is er al die tijd nog contact geweest met Elst en zo ja hoe ging dat dan?
Dat deze Anna ruim 22 jaar jonger is dan Gerrit leidt tot een curieuze situatie. Nicolaas, de op één na oudste zoon uit het eerste huwelijk van Gerrit zal later trouwen met een jongere zus van Anna; hij trouwt dus min of meer met zijn tante.
Maar misschien is het in de familie helemaal niet zo’n vreemde constructie. Immers de moeder van Anna van Ralen is Johanna Hendriks uit Elst (Gld) en dat zou een zuster van Gerrit z’n vader, Arien Jansen kunnen zijn geweest, die zich immers Arien Hendriks heeft genoemd.
Als dat zo is, maar dat moet nog uitgezocht worden, dan is Gerrit Jansen dus met z’n nicht getrouwd.
Uit het bevolkingsregister blijkt dat het gezin met acht kinderen in juli 1856 naar Overveen, gemeente Bloemendaal verhuist. Gerrit overlijdt daar tien jaar later op 27 januari 1866.
Waar komt de naam Zandvoort vandaan? (bron VVV Zandvoort)
De naam is afgeleid van Sandevoerde. In die oude naam ziet u twee woorden: ‘Sande’ en ‘Voerde’. ‘Sande’ betekent de duinen of het zand. Een ‘Voerde’ of ‘Voorde’ is de aanduiding van een doorwaadbare plaats. Als achtervoegsel vinden we het wel in meer plaatsnamen terug zoals bijvoorbeeld Montfoort of Amersfoort. Door de eeuwen heen waren de duinen moerassig en vrijwel onbegaanbaar. Oorspronkelijk waren de duinen veel natter en trof men daar veel meertjes en natte valleien aan. De naam Zandvoort slaat dus terug op een aanduiding van een doorwaadbare plaats in het zand.
Hoe is Zandvoort ontstaan?
Ruim 1900 jaar geleden was de zeespiegel lager. Aan de kust, op de uitgestrekte strandvlaktes, had de wind vrij spel en door grote zandverstuivingen ontstonden de jonge duinen. Jong in vergelijking met de eerder ontstane oude strandwallen, die we vandaag de dag een paar kilometer landinwaarts tegenkomen en waarop de eerste bewoning is ontstaan, denk onder andere aan Haarlem, Santpoort en Velsen. Deze strook oude duinen loopt grofweg gesteld tussen Den Haag en Haarlem. Op veel plaatsen is hij afgegraven ten behoeve van de bloembollenteelt. Op die afgegraven duinranden zijn later vaak prachtige landgoederen ontstaan zoals Beeckestijn en Elswout. In het jonge duinengebied, aan de kust, waar Zandvoort ligt, vestigden zich al spoedig een klein aantal vissers. Ze hadden een duidelijke reden om voor deze plek te kiezen. Hier was de jonge duinenrij onderbroken en had men vanaf het strand toegang tot de lager gelegen binnenduinen. In de beslotenheid van de duinen ontstond omstreeks 1100 het dorp Sandevoerde. Beschut en veilig voor zwaar weer. Nog steeds ligt een deel van het centrum in de kom waar het allemaal ooit eens begon.